Thema's

Carolynne Montijn

Carolynne Montijn

Mijn loopbaan
Nadat ik mijn baccalauréat (het eindexamen in Frankrijk, waar ik geboren en getogen ben) gehaald heb ben ik naar Delft verhuisd om daar Technische Natuurkunde te studeren. Daar ben ik afgestudeerd op een aerodynamisch onderwerp, het numeriek berekenen van geluidsgolven veroorzaakt door turbulente stromingen. Daarna besloot ik te promoveren, en vond ik een mooie plek op het Centrum voor Wiskunde en Informatica in Amsterdam, bij de groep van Prof. Dr. Ute Ebert. Tijdens dat onderzoek heb ik me verdiept in simulatiemethodes voor het berekenen van “streamers”: plasmakanalen die heel snel groeien door hun zelf geïnduceerde elektrisch veld.

Na mijn promotie werd het me snel duidelijk dat ik heel graag in de luchtvaart wilde werken, dichter bij de operationele wereld. Het NLR was een voor de hand liggende keuze, en ik werd aangenomen bij het toenmalige ATSF, tegenwoordig NLR- Air Transport Safety Institute. Daar heb ik gewerkt met en aan methodes voor het assessen van veiligheid en beveiliging van de burgerluchtvaart. Daarnaast heb ik de eerste stappen gezet in de ontwikkeling van een tool om de zogeheten veiligheidscultuur binnen de luchtvaartsector te staven. Na drie jaar bij ATSI te hebben gewerkt kwam ik een vacature tegen op het gebied van modelling & simulation bij de afdeling ATTS (Air Transport Training, Simulation and Operator Performance). Ik heb daarop gesolliciteerd omdat het me de kans gaf mijn kennis en ervaring op het gebied van modelontwikkeling en simulaties weer volop te gebruiken. Daar werk ik nu sinds 2009 met heel veel plezier!

Huidige functie
Een groot deel van mijn werk bestaat uit het softwarematig gebruiksklaar maken van NLR’s simulatoren voor experimenten en onderzoek naar training en human factors. Zo bereid ik bijvoorbeeld scenario’s voor die in de simulatoren worden aangeboden. Deze scenario’s bevatten onder andere virtuele entiteiten (Computer Generated Forces of CGFs) waarop de simulator (en de vlieger) kunnen reageren. Op het gebied van CGFs ben ik ook werkzaam op een groot project waarin het doel is de virtuele entiteiten realistischer gedrag te laten vergroten, gebruik makend van methodes uit de artificiële intelligentie. Het doel hiervan is het verhogen van de waarde van simulatietrainingen van tactisch complexe militaire missies.

In een ander project wordt onderzoek gedaan naar middelen om de menselijke operatoren effectiever van informatie te voorzien. Daarin heb ik gewerkt aan een manier om de muiscursor aan te sturen met het oog, een zeer uitdagend probleem in een dynamische omgeving als een jachtvliegtuig. Bij het implementeren van software hoort natuurlijk ook het testen ervan, waarvoor het vaak nodig om de simulatoren zelf te gebruiken. Ik ben dan ook geregeld al vliegend te vinden in een van de simulatoren, een hele leuke bijkomstigheid van het toch al spannende werk!

Uitdaging in de functie
Vliegsimulatoren zijn complexe systemen, en om alles op tijd af te krijgen voor het begin van een experiment vergt een goede tijdsplanning en nauwe samenwerking met andere simulatie-experts. Vaak steken er onvoorziene problemen de kop op, die toch op tijd zullen moeten worden opgelost, en waarvoor toch een zekere mate van stressbestendigheid nodig is.

De simulaties dienen verder een “hoger” doel, zoals het ontwikkelen van nieuwe methoden om training met behulp van simulatoren te verzorgen, of het doen van onderzoek naar menselijke factoren in luchtvaartoperaties. De simulaties zijn daarom bedoeld voor daadwerkelijk gebruik in een operationele omgeving, waardoor de wensen van de gebruiker altijd leidend zijn voor het ontwerp. Dit kan alleen worden bewerkstelligd door nauw contact te houden met de gebruikers, vaak mensen met een hele andere achtergrond (een groot deel van mijn directe collega’s zijn psychologen en onderwijskundigen) en/of een heel ander soort werk (straaljagerpiloten, trainingsinstructeurs). Het is dan ook belangrijk om deze verschillende belevingswerelden en culturen nader tot elkaar te brengen, wat enerzijds ontzettend leuk en verfrissend is, maar anderzijds ook de nodige uitdagingen met zich mee brengt: een straaljagerpiloot zal zich immers niet snel laten overtuigen door een rapport dat doorspekt is met wetenschappelijk jargon en ingewikkelde formules.